De oranje muur moest geverfd, alle spullen moesten er weg. De lampen moesten omgewisseld in verschillende kamers en vooral alles moest brandschoon. Gordijnen wassen. Niet alleen in de slaapkamer. Alle gordijnen in het hele huis. Ze moesten er allemaal aan geloven. Zelfs de gordijnen die niet in de was konden. (Die kwamen er redelijk van af trouwens. No worries.) Als ik toch alle gordijnen eraf haalde en weer ophing moesten ook alle hoge meubels in huis afgestoft worden en als ik daar mee bezig was zag ik weer iets nieuws en zo begon *insert jingle* ‘NESTELDRANG DELUXE’. Oja… En alle troep in het hele huis moest weg. Elk detail onder de loep. Het was vermoeiend maar ook het enige waar ik energie aan wilde besteden. Want ik kon bijna niks meer. Mijn lichaam deed pijn en ik was moe. Heel moe.

De muur werd groen en de witte muren kregen ook weer een likje wit. Dat kostte me m’n lijf, maar dan had ik wel verse muren. (Tip: verf is vaak giftig. Er bestaan non toxische verf) Alle rommel verplaatste ik naar de werkkamer. We hadden nu geen werkkamer meer. We hadden een kamer vol spullen met een looppaadje erdoor. Ook dat kwam uiteindelijk goed.

Alles afgestoft, gestofzuigd, gedweild, ramen gelapt, de heg geknipt, het gras gemaaid, alle kleding van onszelf mooi opgevouwen in de kast, alle kleertjes voor de baby opgevouwen in afsluitbare dozen, en nog een keer en toen nog een keer. Ik sloeg een beetje door. Dat wist ik pas als ik weer teveel had gedaan. Maar het bleef. Zo stond ik me met 38 weken druk te maken over het kleine beetje stof onder de bank. Ik heb de 3 meter lange bank hijgend en met een rood hoofd opgetild om eronder te stofzuigen. Goh Rianne, had je er daarna geen last van? Jawel, dat had ik. Maar het moest toch echt schoon.