Ik zag ouders vooral ergonomisch dragen op social media. Ik keek ernaar uit om dat ook te doen. Het leek me ideaal. Zo zat ik een keer in de bus met m’n tintelribben toen ik ongeveer 16 weken zwanger was en er stonden 2 vrouwen in het tussenstuk van de bus met beide een grote kinderwagen. Er wilde nog iemand bij met een kinderwagen maar dat kon niet volgens de buschauffeur. ‘Wacht maar op de volgende bus, je past er niet bij’. Wat vond ik dat vervelend voor haar. Met je kindje in een drager pas je er altijd bij.

Toen Jip werd geboren, sliep ze veel minder dan ik had verwacht van een baby. Ze wist niet goed hoe ze moest ontspannen en datzelfde gold voor mij. Ze was een week oud toen ik haar voor het eerst bij me knoopte maar ik vond het eng want ik was onzeker of ik het wel goed had gedaan. Kon ze er niet uit vallen? Zat ze wel goed?

Ik had geen draagconsult gehad en dacht dat ik het kon leren van een YouTube tutorial. Het aanspannen van de doek bleek veel moeilijker dan verwacht en ik kreeg het warm. Mijn shirt kroop omhoog en ik had nog heel veel rugpijn.
De doek belandde in de kast. Het was niet comfortabel.

Een paar weken later probeerde ik het weer. Ik was nog vermoeider en had nog net zoveel of misschien nog meer last van mijn rug. Ik verlangde ernaar beide handen vrij te hebben om toch iets in huis voor elkaar te krijgen dus ik probeerde het knopen weer. Al die andere moeders konden het toch ook met hun baby’s? Jip begon heel hard te huilen, worstelen en overstrekken als ik haar in de doek deed. Zo stelde ik het dragen weer uit. Het voelde als falen. Want ik wilde het zo graag dragen en normaal functioneren maar ik kon het blijkbaar niet. Het zou zo goed zijn voor haar hechting, temperatuur en heupgewrichten. En nu kon ik die ontwikkeling niet tegemoet komen. Daarnaast was mijn huis ontploft.

Ik zat veel op de bank. Net als tijdens mijn zwangerschap. De hoek waar ik zat is helmaal doorgezakt. Als Jip eindelijk sliep, sliep ze op mij. Op mijn arm, aan de borst, tot ik mijn arm niet meer voelde en mijn zitbotjes week waren. Ik had nog een lange weg te gaan om een fijne manier voor ons beide te vinden. En ik had geen energie om hulp te zoeken.

Een vriendin schoot me te hulp toen Jip een maand of 4 was. Jip was groter, minder fragiel, we waren aan elkaar gewend. Het bleek dat mijn onzekerheid (naast mijn lage energiepijl) al die tijd in de weg had gezeten. De truuc voor mij was dat ik beter moest leren aanspannen. En dat was eigenlijk een kwestie van wennen.

Ik knoopte haar bij me en het zat lekker. Wat een overwinning!

Draagdoek: Storchenwiege maat 6. Knoop: FWCC